Daar staan ze. In de gang. Klaar. Alsof ze elk moment kunnen roepen: “Kom op, trek ons aan, we willen weer de weg op!”
Mijn hardloopschoenen.
Het is inmiddels drie weken geleden dat ik in het ziekenhuis lag na mijn hartinfarct en de ingreep die daarop volgde. Vrienden, kennissen en klanten hebben me overladen met berichten, telefoontjes en warme woorden. En eerlijk: dat doet ontzettend goed. Iedereen vraagt: “Hoe gaat het nou met je?”
Het korte antwoord: naar omstandigheden verrassend goed. Eigenlijk voelde ik me vlak na mijn ontslag alweer bijna de oude. Niet beter, niet slechter, gewoon zoals een paar weken ervoor.
Maar… waar ik gek van word? Dat éne zinnetje: “Rustig aan doen.”
Ik wéét dat het moet. Ik begrijp het ook. Maar wie mij een beetje kent weet dat “rustig aan doen” niet in mijn natuur zit. Mijn dagen zagen er altijd ongeveer zo uit: opstaan, hardlopen, werken, ’s avonds even op de bank uitblazen. En de zondag? Dat was heilig. Lange duurloopdag. Met hardloopvrienden de weg op, praten, lachen, kilometers maken. Dat ritme, die structuur, dát is mijn zuurstof.
En nu… ligt dat allemaal stil. De schoenen staan werkloos in de gang. Alsof ze me aankijken en zeggen: “Hoe lang nog?”
Hardloopschoenen als medicijn
Goed nieuws: op lange termijn kan en mag ik weer alles. Hardlopen, werken in mijn winkel, weer die wekelijkse rondes die me zo gelukkig maken. Er is nog een kleine slag om de arm, maar de vooruitzichten zijn positief. En geloof me: voor iemand die al vanaf zijn zesde sport – atletiek, wielrennen, hardlopen – voelt dat als een bevrijding. Een leven zonder bewegen? Onmogelijk. Mijn hardloopschoenen zijn niet zomaar schoenen. Ze zijn mijn medicijn, mijn vrijheid, mijn dagelijks ritueel.
Geen standaard patiënt
In het TweeSteden ziekenhuis zien ze dat ook. Daar zeiden ze al: “Jij bent niet de doorsnee patiënt die wij hier zien.” En dus gaat het allemaal net wat anders. Ik heb al een fietstest gedaan, normaal pas na 6 tot 8 weken, maar ik zat er na 3 al op. Niet maximaal natuurlijk, maar de uitslag was goed. Heel goed zelfs. Met de fysiotherapeut van de hartrevalidatie bespreek ik nu hoe ik dit traject ga aanpakken. Het mooie is: ik ben eigenlijk al verder dan gemiddeld.
Maar – en dat is misschien wel de moeilijkste les – de handrem moet er voorlopig stevig op blijven. Als oud-topsporter ben ik gewend om te pushen, om door te zetten, om signalen te negeren. Dat werkte in mijn sportcarrière, maar nu kan het gevaarlijk zijn. De kunst is om het tempo van herstel te respecteren.
Het vooruitzicht
Dus voorlopig blijven mijn hardloopschoenen nog even in de gang staan. Geduldig. Wachtend. Maar ik weet: de dag komt dat ik ze weer aantrek. Dat ik de eerste rustige kilometers mag maken. Dat ik weer voel hoe mijn ademhaling en passen in balans komen, hoe mijn hoofd leegloopt en mijn hart vol.
Het zal stap voor stap gaan. Rustig opbouwen. Aftasten. Bijsturen. Maar het vooruitzicht is er: straks mag en kan ik weer. En ik weet zeker, mijn hardloopschoenen staan te popelen.
Tot die tijd? Blijf ik dromen van die eerste run. Want wie eenmaal hardloper is, blijft hardloper – ook met een hart dat een beetje extra zorg nodig heeft